Larissa Bentvelzen: “Ik ga graag door als wethouder”
Larissa Bentvelzen is de afgelopen jaren onder meer Rijswijks formateur, wethouder van én lijsttrekker voor Beter voor Rijswijk geweest. Het zijn tropenjaren geweest voor de 31-jarige Rijswijkse die momenteel met haar partij campagne voert voor een tweede collegeperiode. Beter voor Rijswijk werd van een oppositiepartij langs de kant een fractie die haar verantwoording nam. “Ik hoop dat het op 16 maart blijkt dat het allemaal de moeite waard geweest is.”
“Als wethouder ben je vaker dan gemiddeld van huis”, legt Larissa uit. “Ik besefte me onlangs dat mijn 2,5 jarige zoon Dean het erg goed doet, helemaal tijdens deze verkiezingsperiode en het campagne voeren want dat vergt nog meer tijd dan normaal.”
Larissa steekt momenteel veel tijd en energie in het wethouderschap en de campagne die zij als lijsttrekker van de grootste partij van Rijswijk voert. “Ik vind het geweldig dat ik dit mag doen in de gemeente waar ik geboren en getogen ben. Ik hoop echt dat ik het na de verkiezingen weer mag meemaken. Er wordt gezegd dat de lokale partijen de boventoon gaan voeren en dat de landelijke lokale partijen minder kans zouden hebben. Dat weet ik niet. Maar Beter voor Rijswijk heeft de afgelopen drie jaar bestuurlijke verantwoording genomen en dat zien mensen ook.”
Beter voor Rijswijk is een partij met een grote achterban, maar soms ook een kritische. “We horen natuurlijk ook wel eens kritiek. Maar we gaan daarover met die mensen in gesprek zodat we het kunnen uitleggen als we bepaalde keuzes maken.”

Sociaal domein
“Het ligt er natuurlijk aan welke fracties er in het college komen, maar ik ga graag door als wethouder. In het Sociaal Domein is hard gewerkt met de verschillende tekorten aan middelen en efficiencyslagen. Samen met de gemeenteraad hebben we soms moeilijke keuzes moeten maken. We hebben door corona lange tijd stilgelegen of andere dingen moeten doen. Nieuwe Rijswijkers belandden in de armoede en werden afhankelijk van de gemeente. Ook op financieel gebied. We proberen deze mensen onder meer met omscholing weer aan het werk te helpen. Dat gaat de goede kant op.”
Armoede
Rijswijk kent helaas ook gezinnen die onder de armoedegrens leven. Larissa: ”Deze armoede is meestal niet zichtbaar. Mensen schamen zich ervoor. We zijn nu ook op scholen begonnen met leskisten over financiën. Met leerlingen van de groepen 7 en 8, en de brugklassers, wordt gesproken over armoede. Onlangs stak een scholier zijn hand op toen door mij aan de klas werd gevraagd of zij ook met armoede te maken hebben. De jongen vertelde dat hij altijd kleren kreeg van vrienden van zijn ouders. Dat is wát om je tegenover klasgenoten zo kwetsbaar op te stellen. Heel knap. De klas wist van niets. Vragen om hulp blijft moeilijk.”
De gemeente Rijswijk probeert ouders en kinderen in armoede zoveel mogelijk te helpen. Larissa: “We hebben met de winterjassenactie een mooi project dat we nog verder kunnen uitbreiden. Vaak is er geen geld om een winterjas te kopen. We organiseren dit, dit jaar niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassenen. We hebben vorig jaar veel jassen opgehaald ondanks we wat laat waren gestart. Dat doen we dit jaar vroeger. Op scholen gaan we dit nu ook voor de zomervakantie in werking zetten. Ook de kinderrechtenambassadeurs worden hierbij betrokken.”
Participas
“We zien dat de armoede-agenda veel meer maatwerk vraagt. Ouders en kinderen kunnen namelijk ook zelf aangeven waar ze behoefte aan hebben. Zo zijn ze minder afhankelijk van het aanbod. We proberen iedereen te helpen met financiën voor bijvoorbeeld de aanschaf van schoolspullen, maar ook voor schoolreisjes en werkweken. De participas is iets nieuws, deze pas hopen we deze zomer nog in te kunnen laten gaan in Rijswijk. Vaak kunnen kinderen met de Ooievaarspas gratis lid worden van een sportclub, maar als je dan geen geld hebt voor sportkleding wordt het nog moeilijk. Daarin kan de participas helpen omdat je daarmee eigen keuzes kan maken”, aldus Larissa.
Voordat Larissa wethouder voor Beter Rijswijk werd in het Rijswijks college, bracht ze haar werkzame leven door in Den Haag. Als onder andere consulent bij de Kessler Stichting zette ze zich in voor dak- en thuislozen. “Ik mis de uitvoering soms best wel. Gelukkig heb ik, door de kleinschaligheid in Rijswijk, nog veel contact met de werkvloer. Ik hecht daar veel waarde aan. Maar beleid maken is ook belangrijk en dat doe ik dan met veel plezier. Soms is het lastig en vergist men zich wel eens in wat je mogelijkheden zijn als wethouder. Veel wordt er bepaald door meerdere gemeenten en dan ben je gewoon een schakel in het grotere geheel.”